woensdag 9 februari 2011

De OV-chipkaart

Het kabinet pompt enorm veel geld in asfalt. De Crisis- & herstelwet is erop gericht om in korte tijd veel snelwegen te verbreden of zelfs nieuw aan te leggen. De investeringen in het spoor zijn helaas aanzienlijk minder. Ook fietspaden worden blijkbaar (nog) niet gezien als een bevordering van de algemene mobiliteit, en dat terwijl steeds meer mensen met de elektrische fiets door de regio tuffen.

Dit kabinet kiest dus alwéér voor de Heilige Koe. Provinciale Staten van Limburg kiest openlijk voor de Buitenring Parkstad. Dit betekent concreet: nóg meer asfalt in de diverse Parkstadgemeenten. In Kerkrade is op dit moment al 11% van de totale oppervlakte geasfalteerd. Het experiment "Gratis OV voor 65-plussers" is jammergenoeg niet gecontinueerd (al had ik líever gezien dat het ook voor de overige leeftijdsgroepen gratis was geweest). Vervoersbedrijf Veolia wilde steeds méér geld zien voor dit contract met de Parkstad-gemeenten. Ik vind het trouwens erg vreemd dat zij aanvankelijk de aanbesteding kregen op grond van hun concurrerende prijs, terwijl ze een aantal jaren later hun hand weer komen ophouden omdat ze het financiële (te mooie) plaatje van destijds niet meer kunnen waarmaken.

Nu is er dan óók nog de OV-chipkaart. Een elektronisch pasje om gebruik van het openbaar vervoer mee af te rekenen. Als gebruiker van een pinpas heb ik geen angst voor dergelijke systemen. Maar… ik betreur het ten zeerste, dat de kosten van dit systeem (voor de zoveelste keer) verhaald worden op de gebruikers: de OV-reizigers.

De aanschaf van de OV-kaart kost Eur 1,50 voor de persoonlijke versie (de kosten van de daarvoor benodigde pasfoto nog buiten beschouwing gelaten) óf Eur 7,50 voor de ‘anonieme’ OV-chipkaart.
Ook het niet uitchecken van OV-reizigers kost geld: volgens De Volkskrant een half miljoen euro. 7000 reizigers per dag vergeten om langs de uitcheck-paal te lopen. Men kan het geld vervolgens wel terugkrijgen als men dit opmerkt, maar slechts weinig reizigers doen dit daadwerkelijk. De RET in Rotterdam heeft een eenvoudig claimformulier en daarvan maakt slechts 35% gebruik. Bij de NS moet men eerst een telefoonnummer bellen. Hier maakt slechts 11% gebruik van de mogelijkheid tot teruggave van de onnodige reiskosten. Onoplettendheid betekent dus onnodig betalen voor niet genoten kilometers!

De conclusie van dit alles: de maatschappelijke kosten van de milieu- en luchtvervuiling (fijnstof, kooldioxide, zware metalen, etc.) betalen we uiteindelijk tóch wel. Met dank aan al die kabinetten, die het autoverkeer en de vervuilende industrieën geen strobreed in de weg gelegd hebben!

Bedenk echter, dames & heren ministers, kamerleden en industriëlen: al deze ongezonde uitstoot vervuilt uiteindelijk ook de lucht die u zélf inademt!!! De atmosfeer heeft nou eenmaal géén "nooduitgang". Dát noem ik nou eens GERECHTIGHEID!!!

zaterdag 25 september 2010

De volks-tuin


In een stedelijk gebied zitten mensen vaak verlegen om "groen". Kerkrade is geen grote stad, maar in sommige wijken zijn de huizen érg dicht op elkaar gebouwd. Maar liefst 11% van de totale oppervlakte van de gemeente Kerkrade bestaat uit asfalt.
Bij de opkomst van de mijnbouw werd rekening gehouden met de behoefte aan een tuin (voor de mijnwerkers). In de late jaren zestig en vroege jaren zeventig daarentegen, wilde men véél mensen huisvesten op een kleine(re) oppervlakte (dus zónder tuin). De flats in Bleijerheide en Rolduckerveld-Chevremont waren een feit. Diezelfde flats staan momenteel op de nominatie om gesloopt te worden, omdat de Kerkraadse bevolking vergrijst en tevens krimpt.

Een tuin is voor veel mensen een verademing, een plek om tot rust te komen. Om de accu weer op te laden. Om te genieten van de rust en de natuur én je eigen groente en/of fruit te kweken.
In een volkstuintjes-complex hebben mensen bovendien meestal automatisch aanspraak van de buurman of buurvrouw. Bovendien schept het een band. Sociale rangen en standen en/of culturele verschillen vervagen. Of je nou werkzoekend, arbeidsongeschikt of ex-asielzoeker bent: niet de verschillen maar de gemeenschappelijke interessen worden benadrukt. Niet de hoogte van het salaris, maar wél hoe de komkommers en de paprika’s het "doen" is van belang voor de volkstuin-bezitter.
Kortom: een volkstuintje is dé manier om mensen ergens bij te betrekken.

Tegenwoordig wordt in Kerkrade het internet gebruikt, om oudere en gehandicapte medemensen te betrekken bij de (Kerkraadse) samenleving. Volgens mij is ook een volkstuintjes-complex een uitermate geschikte plek om andere mensen te ontmoeten. Mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan (uiteraard).

Als je weet dat een doorsnee mens te weinig beweegt en te veel binnenzit (en daardoor lichamelijke en psychische klachten ontstaan), is het niet gek om lichamelijke beweging te stimuleren. Of het nou is d.m.v. het sponsoren van een atletiekwedstijd of volleybal-toernooi óf d.m.v. het "adopteren" van een volkstuintje.

Menig ziektekostenverzekeraar zou uiteindelijk stukken goedkoper uit zijn, als voor een aantal verzekerden een volkstuintje gehuurd zou worden, in plaats van deze mensen (al dan niet gedeeltelijk) dagbehandeling te bekostigen bij een instelling als "Mondriaan" (Heerlen) of Vincent van Gogh (Venray) en ze daar te laten "platspuiten".
En wat te denken van depressieve medemensen óf lichamelijk gehandicapten die de hele dag niets om handen hebben omdat ze maar geen betaald werk (kunnen) vinden? Of mensen die overspannen, opgebrand of anderszins "psychisch overbelast" zijn? Of mensen die om totaal andere redenen baat hebben bij het bezig zijn in een rustige, groene omgeving?!

Een gezond lichaam begint altijd met een gezonde geest. Voor iedereen!!!

zaterdag 7 augustus 2010

De atlas van de macht (2)

Ook in Parkstad kun je machtsstructuren noemen die niet democratisch zijn. Soms spreekt het vanzelf. Een bank bijvoorbeeld heeft alleen het doel om geld te verdienen. Ze doen alleen wat de wetgeving dwingend voorschrijft om te doen. Zoals in de Wet op de Ondernemingsraden.
Helaas zijn er ook zwarte schapen.

In Parkstad is slechts één regionaal mediacollectief actief. Zij verdient haar geld met de verkoop van advertenties, krante-abonnementen en losse verkoop. Anderzijds vinden veel mensen een betaalde krant te duur en halen het nieuws uit gratis huis-aan-huis-bladen én de regionale radio & TV.
De laatste tijd kun je bijvoorbeeld ook in "Zondagsnieuws" politieke stukken lezen. Veel politici moeten hun contacten met de media goed onderhouden. De journalist heeft dus een soort monopolie-positie.

Ik heb al eens gehoord dat een journalist (informeel) tegen iemand zei: Als jij niet vertelt wat je gaat doen, zal ik in de toekomst ook geen aandacht meer aan jullie politieke zaak schenken". Kranten hebben macht, maar wellicht zal dit machts-monopolie ooit worden doorbroken door internet…